LET OP : Dit besluit is op 07 juni tot nader order opgeschort.
Ontslaguitkeringen blijven mogelijk
Er is geen sprake van extra 26% belastingheffing voor werknemers zoals op 1 juni in kranten te
lezen was. In sommige gevallen moeten de werkgevers een extra heffing van 26% betalen over de
ontslagvergoeding. Dit gebeurt alleen als de gouden handdruk gebruikt wordt om de periode tot
aan het pensioen te overbruggen en het dus eigenlijk een VUT-regeling is. Het door staatssecretaris
Wijn op 26 mei gepubliceerde besluit heeft geen gevolgen voor ontslagvergoedingen die gebruikt
worden om de periode tussen 2 banen te overbruggen, zoals bij bijvoorbeeld reorganisaties
doorgaans het geval is.
Het technische besluit is bedoeld om werkgevers duidelijkheid te verschaffen in welke gevallen
zij in ieder geval niet belast worden met een extra heffing. Als het op basis van het besluit
wel een (verkapte) VUT-regeling zou kunnen zijn, kunnen werkgevers alsnog aantonen dat de
regeling een ander doel (bv reorganisatie) heeft. Wanneer bijvoorbeeld alle werknemers van
een bedrijf worden ontslagen zal het niet moeilijk zijn om bij de inspecteur aannemelijk te
maken dat het doel van de regeling reorganisatie en niet vervroegde uittreding is. Terwijl
bij een regeling waarbij alle werknemers van 58 jaar en ouder worden ontslagen het veelal
duidelijk zal zijn dat er eigenlijk sprake is van een VUT-regeling.
Ontslagvergoedingen komen vaak tot stand op basis van de
kantonrechtersformule.
Vrijwel alle ontslagvergoedingen die met deze formule worden vastgesteld zijn op basis van
het besluit geen VUT-regeling en zullen dus niet extra belast worden.
Ontslaguitkeringen kunnen nog steeds worden vastgesteld volgens de kantonrechtersformule.
De wetgeving rondom VUT-regelingen is op 1 januari 2005 in werking getreden.
Het besluit is niet in strijd met het Najaarsakkoord. Het besluit gaat ook niet in
tegen het in november 2004 in de Tweede Kamer aangenomen amendement Verburg/Depla.
De stamrechtvrijstelling als zodanig blijft bestaan. Het besluit dat staatssecretaris
Wijn nu heeft genomen geldt slechts als handvat om te bepalen of iets een ontslagvergoeding
is of eigenlijk een verkapte VUT-uitkering. Het besluit bevat geen nieuwe regelgeving, maar
dient slechts tot verduidelijking van bestaande wetgeving. Het besluit is tot stand gekomen
na een consultatieronde van werkgevers- en werknemersorganisaties, zoals MKB Nederland, VNO
NCW en FNV en de uitvoeringspraktijk, zoals pensioenfondsen en verzekeraars. Naar aanleiding
hiervan is voor een ruime invoeringstermijn gekozen.
Het besluit geldt voor regelingen die na 26 mei 2005 tot stand komen. Regelingen die voor die
datum tot stand zijn gekomen, waarbij ontslag in 2005 plaatsvindt, worden niet getroffen door
de extra heffing.
Brief staatssecretaris
de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Datum 7 juni 2005
Uw brief (Kenmerk): 05-SZW-B-116
Ons kenmerk : WDB 2005-00379
Onderwerp
Beleidsbesluit 26 mei 2005, nr. DGB 2005/3299 (Loonheffing.
Begrip regeling vervroegde uittreding; afgrenzing met loonstamrechten
en eenmalige ontslaguitkeringen; overgangsrecht)
Bij deze deel ik u mede dat ik op verzoek van uw commissies voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
en voor Financiën de uitvoeringsinstructie (het beleidsbesluit d.d. 26 mei 2005, nr. DGB 2005/3299)
inzake de toepassing van de stamrechtvrijstelling in het kader van de sinds 1 januari 2005 vigerende
wet VPL voorlopig opschort.
Hoewel deze uitvoeringsinstructie is uitgebracht op verzoek van de Eerste Kamer, ben ik bereid
deze te betrekken bij de op 30 juni te voeren discussie over het SER-advies inzake de WW en
het ontslagrecht in uw Kamer. Ik ga er daarbij vanuit dat deze discussie met inachtneming van
de wet VPL zoals deze is komen te luiden na het amendement-Verburg /Depla, wordt gevoerd.
Ik zal de Belastingdienst opdragen tot dat moment geen VUT-heffing toe te passen op stamrechten
en ontslagvergoedingen.
De Staatssecretaris van Financiën,
|
|
|